Maten opmeten voor naaien: zo bepaal je de juiste maat van je naaipatroon

hoe meet je je maten op voor kleding naaien

Wil je zelf kleding gaan naaien? Dan begint een goed passend kledingstuk niet bij de stof of de naaimachine, maar bij het opmeten van je eigen maten.

Veel beginners kiezen automatisch dezelfde maat als ze in de kledingwinkel dragen. Dat lijkt logisch, maar bij naaipatronen werkt dat meestal niet zo. Elk patroonmerk gebruikt namelijk een eigen matentabel. Daarom is het belangrijk om eerst je lichaamsmaten op te meten en deze te vergelijken met de matentabel van het naaipatroon.

In deze blog lees je welke maten je nodig hebt, hoe je ze opmeet en waar je op moet letten.

Waarom je confectiemaat niet belangrijk is

Draag je meestal maat 40? Dan betekent dat niet automatisch dat je ook maat 40 uit een naaipatroon nodig hebt.

Naaipatronen zijn gebaseerd op vaste lichaamsmaten. Daardoor kan het zijn dat je volgens de matentabel een heel andere maat nodig hebt dan je gewend bent. Dat is heel normaal. Het nummer op het patroon is uiteindelijk veel minder belangrijk dan een kledingstuk dat goed past.

Meet daarom altijd je eigen maten op voordat je een patroon kiest.

Wat heb je nodig om je maten op te meten?

Het enige wat je nodig hebt is:

• een flexibel meetlint
• een notitieblok en pen (of je telefoon) om de maten op te schrijven
• eventueel iemand die je helpt met meten

Meet jezelf bij voorkeur in ondergoed of aansluitende kleding, zoals een legging en een hemdje. Trek het meetlint niet strak aan, maar laat het prettig om je lichaam aansluiten.

Welke maten heb je nodig voor een naaipatroon?

Niet elk patroon vraagt om dezelfde maten.
Dit zijn de maten die je het vaakst tegenkomt:

• Borstomvang (B)
Meet over het volste gedeelte van je borst en houd het meetlint horizontaal.

• Taille (T)
Meet het smalste deel van je middel. Vind je dat lastig? Bind dan een elastiekje om je middel en beweeg even heen en weer. Het elastiek blijft vanzelf op je natuurlijke taille zitten.

• Heup (H)
Meet het breedste gedeelte van je heupen en billen.

✂️ Bij veel patronen zijn deze drie maten voldoende om de juiste maat te bepalen.

Extra maten die soms nodig zijn

Bij sommige kledingstukken of wanneer je een patroon wilt aanpassen, kunnen ook deze maten handig zijn:

  • hoge heup
  • hoge borstomvang
  • ruglengte
  • armlengte
  • binnenbeenlengte

Deze maten helpen om een patroon beter aan jouw lichaam aan te passen wanneer dat nodig is.

Handige tips voor nauwkeurig meten

• Meet altijd opnieuw als je lichaamsmaten zijn veranderd
• Schrijf je maten op en bewaar ze, zodat je ze niet steeds opnieuw hoeft op te meten
• Twijfel je tussen twee maten? Kijk dan niet alleen naar de matentabel, maar ook naar het model van het kledingstuk en de stof die je gebruikt
• Maak bij een nieuw patroon eventueel eerst een proefmodel van een goedkope stof of een oud dekbedovertrek. Zo kun je de pasvorm controleren voordat je je mooie stof gebruikt.

Wil je leren hoe je de juiste maat kiest én patronen passend maakt?

Je maten opnemen is de eerste stap. Daarna komt de volgende uitdaging: hoe kies je de juiste maat als je borst, taille en heupen in verschillende maten vallen? Wanneer moet je een patroon aanpassen? En hoe voorkom je dat een kledingstuk uiteindelijk toch niet lekker zit?

Dat zijn precies de onderwerpen die ik uitgebreid behandel in mijn online cursustraject Van eerste steek naar zelfstandig kleding naaien.

Daarin leer je stap voor stap niet alleen hoe je kleding naait, maar ook hoe je patronen begrijpt, de juiste maat kiest en kleding maakt die echt goed past. Zo kun je uiteindelijk zelfstandig kleding naaien waar je met plezier mee rondloopt.

.

Dit bericht heeft één reactie

  1. y.elharchioui

    Hallo Mareike,
    Hartstikke bedankt ik heb heel veel van u geleerd vooral instellen van naaimachine voor tricot stof.

Geef een reactie