3 manieren om een naaipatroon op je stof over te nemen


Heb je een naaipatroon uitgeknipt en ligt je stof klaar om geknipt te worden? Dan vraag je je misschien af: hoe neem je een naaipatroon eigenlijk over op je stof?

Moet je de patroondelen eerst helemaal overtekenen? Of kun je ook rechtstreeks langs het patroon knippen?

Er zijn verschillende manieren om je naaipatroon op je stof over te nemen. In dit artikel laat ik je drie manieren zien!

Eerst even dit: zit de naadtoeslag al in je patroon?

Voordat je je patroon op je stof legt, is het belangrijk om te controleren of de naadtoeslag al aan het patroon is toegevoegd.

Dat verschilt namelijk per naaipatroon. Bij sommige patronen is de naadtoeslag al onderdeel van het patroondeel. Bij andere patronen krijg je alleen de uiteindelijke naailijn en moet je zelf nog een naadtoeslag rondom het patroon tekenen.

Dit is belangrijk, want je wilt natuurlijk niet per ongeluk een patroon mét naadtoeslag nog een keer met extra naadtoeslag uitknippen. Kijk daarom altijd eerst in de uitleg van je naaipatroon hoeveel naadtoeslag je nodig hebt en of deze al is inbegrepen.

pdf naaipatroon in elkaar plakken

1. Teken je naaipatroon op de stof

De meest eenvoudige manier om een naaipatroon over te nemen, is door het patroondeel op de stof te leggen en er met kleermakerskrijt of een andere geschikte textielmarker omheen te tekenen.

Je legt het papieren patroondeel op de stof en zorgt ervoor dat het netjes volgens de draadrichting ligt. Leg het papier vast, door het te spelden of door er patroongewichtjes op te leggen. Vervolgens teken je de omtrek van het patroon op de stof. Vergeet niet om eventuele markeringen ook over te nemen op je stof.

👉🏼 Heb je een patroon zonder naadtoeslag? Dan teken je vervolgens ook de gewenste naadtoeslag rondom het patroondeel, m.b.v. een geodriehoek, liniaal of zoommaatje.

Daarna haal je het papier weg en kun je de stof langs de getekende lijn uitknippen.

Voordelen van deze methode

Deze methode is vooral prettig als je net begint met naaien.
Je kunt rustig controleren:
– waar je patroondeel precies ligt;
– waar je moet knippen;
– hoeveel naadtoeslag je hebt;
– en of alle patroondelen goed op de stof liggen.

Je hebt daardoor veel controle over het proces.
Een nadeel is natuurlijk dat het wat meer tijd kost. Als je veel patroondelen hebt, ben je behoorlijk wat tijd kwijt met tekenen. Ook moet je een markeermiddel gebruiken dat geschikt is voor jouw stof. Controleer altijd eerst of het goed uitwasbaar of verwijderbaar is.

2. Gebruik een naadtoeslag-magneetje op je schaar

Wil je sneller werken en geen lijnen op je stof tekenen? Dan kun je gebruikmaken van een naadtoeslag-magneetje.

Dit is een klein hulpmiddel dat je op je stofschaar kunt plakken. Het magneetje zorgt ervoor dat je tijdens het knippen een vaste afstand tot de rand van je patroondeel houdt. De magneetjes zijn een halve cm per stuk.

Stel dat je een naadtoeslag van 1 centimeter nodig hebt: je plakt dan 2 magneetjes op elkaar en die bevestig je op de zijkant van je stofschaar.
Vervolgens leg je het papieren patroon op je stof en knip je langs de rand. Terwijl je knipt, houdt het magneetje automatisch de juiste afstand aan.

Waarom is dit handig?

Je hoeft in dit geval je patroondelen niet eerst op de stof over te tekenen. Dat kan behoorlijk wat tijd schelen. Vooral als je vaker kleding naait, kan zo’n klein hulpmiddel erg prettig zijn.

Het is wel belangrijk dat je tijdens het knippen rustig en nauwkeurig werkt. Het magneetje helpt je om de afstand gelijk te houden, maar je moet natuurlijk nog steeds zorgen dat je netjes langs het patroon knipt.

3. Teken de naadtoeslag op je papieren patroon

De derde methode vind ik vooral handig wanneer je een patroon vaker wilt gebruiken. In plaats van de naadtoeslag steeds opnieuw op je stof te tekenen, voeg je de naadtoeslag eenmalig aan je papieren patroon toe.

Stel dat je een naadtoeslag van 1 centimeter nodig hebt:
Je tekent rondom het oorspronkelijke patroondeel een lijn op 1 centimeter afstand.
Je hebt dan een nieuw patroondeel dat inclusief naadwaarden is.
Vanaf dat moment hoef je het patroon alleen nog maar op je stof te leggen.
Je kunt dan rechtstreeks langs de papieren rand knippen.

Je hoeft dus niet meer:
– de patroondelen op de stof over te tekenen;
– de naadtoeslag apart te tekenen;
– of een naadtoeslag-magneetje te gebruiken.

Bijkomend voordeel:

Je kunt op deze manier beter zien hoe de patroondelen op je stof passen. Je kunt ze vlak naast elkaar leggen, want alle benodigde naden en zomen zijn al bij het papier inbegrepen.

Nog een voordeel: je kunt een rolmes gebruiken

Werk je graag met een rolmes? Dan is deze methode helemaal handig!
Je kunt je papieren patroondeel op de stof leggen en met je rolmes rechtstreeks langs de rand snijden.
Let natuurlijk goed op dat je een geschikte snijmat gebruikt en veilig met je rolmes werkt.

TIP

Gebruik je een downloadbaar pdf patroon (bijvoorbeeld van een onafhankelijk patroon ontwerper), dan zitten de naadwaarden vaak al bij de patroondelen inbegrepen. Als dit zo is dan lees je dat in de werkbeschrijving. In dat geval kun je dus manier 3 gebruiken: rechtstreeks langs het papier knippen of snijden.

Welke methode is het beste?

Er is niet één methode die voor iedereen het beste werkt.

Ben je net begonnen met naaien?
Dan is het overtekenen van je patroondelen op de stof waarschijnlijk het meest overzichtelijk. Je kunt precies zien waar je moet knippen en leert tegelijkertijd hoe een patroondeel zich op de stof bevindt.

Wil je sneller werken?
Dan kan een naadtoeslag-magneetje op je schaar een handige oplossing zijn.

Gebruik je hetzelfde patroon vaker?
Dan is het slim om de naadtoeslag rechtstreeks op je papieren patroon te tekenen. Je doet het extra werk één keer en kunt het patroon daarna steeds opnieuw gebruiken.

Het belangrijkste is dat je begrijpt wat je aan het doen bent en waarom. Als je dat eenmaal begrijpt, hoef je niet voor iedere nieuwe situatie precies dezelfde methode te gebruiken.

Waarom moet je eigenlijk een naadtoeslag toevoegen?

De naadtoeslag is het stukje stof tussen de naailijn en de rand van je stof. Wanneer je twee patroondelen aan elkaar naait, stik je bijvoorbeeld 1 centimeter vanaf de rand. Die extra centimeter stof heb je nodig om de twee delen aan elkaar te kunnen naaien.
De lijn waarlangs je uiteindelijk naait, is dus niet altijd dezelfde lijn als de rand waarop je je stof knipt.
Dat is ook precies waarom het zo belangrijk is om vóór het knippen te controleren of je patroon inclusief of exclusief naadtoeslag is. Én hoeveel naadtoeslag er dan is inbegrepen, dus hoe breed de naad moet worden die je naait.
Een klein verschil hierin kan namelijk een groot verschil maken in het uiteindelijke kledingstuk.

Bekijk de video: 3 manieren om je naaipatroon over te nemen

In deze video laat ik de drie methodes stap voor stap zien. Zo kun je meteen zien hoe het in de praktijk werkt.

Verder lezen

leer naaien met de online naailes voor beginners cursus
Je eigen kleding leren naaien als beginners? Volg de Online Beginners Cursus !
Maak patroongewichtjes van restjes stof
Zo meet je je maten op als je kleding gaat naaien

.

Geef een reactie